
Kenmerkend voor de Nubische melkgeit is dat zij een opvallende, hoogbenige geit is met gebogen neusbeen en lange hangende oren. Het is typerend voor dit geitenras dat gemiddeld de grootste geiten ter wereld heeft en dat zij een hooghartige houding heeft. De beharing dient kort en fijn te zijn maar alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan. Soms komen ook allerlei kleurschakeringen voor.
Bij het Nubische geitenras valt het accent meer op kwaliteit dan op kwantiteit. De melk van deze geiten wordt zeer gewaardeerd in de kaasmakerij en is bovendien uitstekend geschikt om smakelijke dikke yoghurt te maken. Het feit dat Nubische geiten meerdere lammeren per worp kunnen krijgen (drie- en vierlingen komen vaak voor) is een reden om extra aandacht te besteden aan de kwaliteit van de voeding voor deze geiten.
Het is ook bekend dat dit een laatrijp ras is, waardoor de dieren meestal pas als zij wat ouder zijn (op vier- of vijfjarige leeftijd) volledig zijn uitgegroeid. Het komt ook voor dat geiten ouder dan tien jaar nog vruchtbaar zijn en melk produceren.
Nubische geiten vallen niet alleen op door hun markante uiterlijk maar ook door hun zachte en aanhankelijke karakter. Het zijn geiten die je niet zomaar in de wei moet laten lopen. Deze aanhankelijke geiten hebben behoefte aan regelmatig menselijk contact en vooral met kinderen kunnen zij een hechte band vormen. Deze geiten hebben niet alleen een apart uiterlijk maar zij zijn ook bijzonder aardig in de omgang. Als men eenmaal Nubische geiten op stal heeft, leert men hun kwaliteiten inzien en wordt men meestal heel snel een echte liefhebber van dit ras.

In de jaren '70 was het handspinnen en knopen met gekleurde wol erg in trek. Daardoor ontstond er een snelle toename van het aantal zwarte, bruine en bonte schapen. Om er voor te zorgen dat de Zwartblessen in deze stormachtige ontwikkeling als zodanig herkenbaar zouden blijven, is in 1979 onder auspiciën van de SZH de Fokkersclub voor Zwartblesschapen opgericht.
De diverse regelgevingen hebben tot uitwerking gehad dat veel grote fokkers hun kudde hebben teruggebracht. Een grote belangstelling van hobby-fokkers dient zich nu aan. Het is niet geheel duidelijk of de Zwartbles als een apart ras beschouwd moet worden of als uitgeselecteerde kleurvariatie van de Schoonebeeker. Bij dit ras komt de bles ook veelvuldig voor en ook op andere punten zijn er veel overeenkomsten.
De Zwartbles is een voldoende bespierd en goed ontwikkeld, wat gestrekt en ruim gebouwd schaap, met opgeheven hals/houding en daaruit voortkomend een wat flauwe ruglijn. De romp is wigvormig.
Van nature houden konijnen ervan om bij elkaar te zijn. Meestal leeft een mannetje samen met zo'n drie tot vijf vrouwtjes.

Onze konijnen verblijven op verschillende plekken op het terrein. Zo vind je direct bij de ingang, aan het hek Sneeuwbal en Rex, die tussen kippen en een Mandarijneend-paartje wonen. Ze hebben daar veel ruimte en kunnen schuilen tegen regen en wind. Gecastreerde mannetjes gaan goed samen met vrouwtjes. Ook aan elkaar gewende vrouwtjes kunnen maatjes worden, mits ze de ruimte hebben.
Aan het grote plein, tegen de geitenweide, staan hokken met soms 2 verdiepingen, waar langoren Doortje en Thomas wonen. Broekie heeft ook een eigen hok. Hier is plek voor een paar logeerdieren.
Verderop staat een konijnenflat op een klein pleintje met een picknickbank. Hier kunnen Pip, Timo, Zwartje, mama en papa Dribbel geknuffeld worden.
Ook op onze kinderboerderij komt er in de toekomst een knuffelhoek. De plannen hiervoor worden nog uitgewerkt. De knuffelhoek mag je alleen nog in met iemand die de dieren kent en weet hoe je met hen moet omgaan. Als er geen toezicht is, blijven deze plekken gesloten.

Het zijn middelgrote, stevige dieren met vrij korte poten. De kleur is overwegend bont, dat wil zeggen wit met vlekken in de kleuren zwart, blauw of bruin of een menging daarvan. Ook komen witte, zwarte en beige dieren voor. De bokken van dit ras vallen op door hun monumentale horens, welke zich eerst naar achteren en dan zijdelings waaiervormig krommen, de punten enigszins naar boven gericht. De bokken hebben meestal een bokkenpruik, die vooral bij jonge dieren goed uitkomt, een wipneus, sik en een zwaar behaarde voorhand, terwijl de lichaamsbeharing afhangend en vrij lang is. De geiten zijn eveneens gehoornd, maar veel minder opvallend dan de bokken. De vrij korte horens buigen recht naar achteren. Zij hebben een vrij korte kop met een wat ingebogen profiel en een sikje. Hun beharing is meestal kort. De Nederlandse landgeit heeft op het punt gestaan volledig te verdwijnen. Dat dit onheil niet is geschied, is te danken aan het werk van Dr. van Bemmel, die in 1958 het allerlaatste paar geiten, afkomstig uit het Goois Natuurreservaat, naar Diergaarde Blijdorp heeft gebracht en daaruit een kleine fokgroep heeft opgebouwd.
Het Veluws Heideschaap is een groot, lang en hoogbenig schaap. De kop is onbewold en matglanzend behaard, met vrij grote oren. De vacht is wit, langharig en vrij grof. Op kop en poten komen soms voskleurige vlekjes voor. De staart is lang en bewold. De rammen hebben vaak kleine, knopvormige horens, de ooien zijn ongehoornd. De ooi werpt 1 à 2 lammeren per jaar.
Het Veluws Heideschaap behoort samen met het Kempisch en Drents Heideschaap en de Schoonebeeker tot de groep van Heideschapen en is het meest verwant aan het Kempisch schaap. In de 19e eeuw trokken grote kudden heideschapen door uitgestrekte ruige terreinen met als doel: mestproductie. De schapen vraten overdag van de vegetatie en deponeerden 's nachts hun mest in de stal, vanwaar uit deze gemengd met heideplaggen over de schrale akkers werd verspreid. Met de komst van kunstmest werden heideschapen overbodig en zijn ze geleidelijk aan met uitsterven bedreigd.
De oorsprong van het Veluws Heideschaap ligt op de Veluwe (tussen Apeldoorn en Harderwijk en rond Ede en Barneveld) en in Utrecht, Noord-Brabant en Overijssel waar het werd gehouden in kudden van 70 - 100 ooien. De lammeren werden op rijkere gronden afgemest en voor de slacht verkocht naar Londen en Parijs. In 1910 waren er nog 10.000 ooien, in 1960 was het ras vrijwel uitgestorven. Aandacht voor het behoud van biodiversiteit betekende ook voor dit ras weer een opbloei. In 1976 zijn er grote kudden in Ede, op de Haarlerberg (Nijverdal) en in Rheden. Zij dienen voor begrazing van natuurterreinen om ongewenste opslag te voorkomen.
Het Toggenburger geitenras kent zijn oorsprong in Zwitserland in het Kanton St. Gallen. Reeds in het begin van de vorige eeuw is een aantal dieren uit Zwitserland geïmporteerd. In Drenthe werden deze Toggenburger geiten gekruist met de Nederlandse Landgeit, teneinde de kwaliteit te verbeteren.
De fokkerij met importdieren en de kruisingen met de inlandse geiten hebben ertoe geleid dat in de jaren dertig van de vorige eeuw de eigenschappen zodanig fokzuiver en stabiel waren, dat kon worden gesproken van het ontstaan van een nieuw melkgeitenras: de Nederlandse Toggenburger. Het ras kwam tot in de jaren zestig van de vorige eeuw vooral voor in Drenthe en omgeving. Pas vanaf die periode is de belangstelling voor het ras meer verspreid over het land.
De Toggenburger is een compact gebouwde geit, waarbij de gebruikswaarde, melkgeit, duidelijk aanwezig moet zijn. De lichaamsbouw van de geiten en bokken is compact, de lengte van de schoft en de romp is nagenoeg gelijk, zodat het dier wordt gekenmerkt door een "vierkante" bouw. Opvallend aan de Toggenburger is de kleur- en aftekening. De meest ideale kleur is "melkchocoladebruin", voorzien van een witte aftekening op de kop, benen en spiegel. Met name de koptekening maakt dat de Toggenburger een zeer fraai uiterlijk heeft. De Toggenburger is een echte melkgeit, ze levert met relatief weinig voedsel een zeer behoorlijke melkproductie. Door het rustige karakter zijn ze eenvoudig te houden, zowel in kleine als in grotere groepen.

De dwerggeit is uit Afrika afkomstig. Het is een kleine geit met een maximale schofthoogte van 55 à 60 centimeter. Bij de dwerggeiten kunnen we alle kleuren tegenkomen. Onze geit Lieke, dochter van Olijfje, heeft een wildkleur. Olijfje, die vroeger op de kinderboerderij rondliep, had een zwart/wit tekening.
Elegantie staat hoog aangeschreven. Dwerggeiten zijn altijd gehoornd en de vacht is kort. Deze geit is erg geschikt als speelkameraadje voor kinderen en wordt naast showgeit uitsluitend voor de hobby gehouden. De gemiddelde worpgrootte is 2 à 3 lammeren.
Kinderboerderij Canton - Piet Heinlaan 13 - 3742 AN Baarn - T: 035 5422738 E: info@kinderboerderijbaarn.nl